Dokter, wat scheelt er toch met mij?
Dokter, wat scheelt er toch met mij?
Soms moet je geen twee keer raden wat de reden is dat een patiënt in de wachtkamer van de dokter zit. De jongen in sportoutfit met een coldpack op zijn gezwollen enkel, heeft wellicht zijn voet hebben bezeerd. De vrouw met haar hand in een bebloede handdoek gewikkeld , is waarschijnlijk onhandig geweest met haar keukenmes of snoeischaar. De opa die niest, kucht en snuit en zucht, komt vast niet voor een ingegroeide teennagel. Pechvogels van diverse pluimage. Toch is de reden van een doktersbezoek niet altijd zo duidelijk voor de dokter, maar ook niet voor de patiënt zelf.
De huisarts is de eerstelijnshulpverlener bij uitstek. Misschien heb je eerst beroep gedaan op dr. Google, maar voor betrouwbare medische informatie is een raadpleging bij de huisarts van cruciaal belang. Hij zal op basis van jouw verhaal en klachten tot een (hopelijk) correcte conclusie komen.
Ook ik heb al eens in een dokterskabinet gezeten met een verzwikte enkel, een snee in mijn vinger of een snotimplosie in mijn hoofd. Kwaaltjes die met een duidelijk advies snel verholpen waren. Een keer was de reden van mijn consultatie niet zo duidelijk: ik voelde me leeg, futloos en was alles en iedereen stilaan beu. “Nee dokter, thuis is alles in orde. En op het werk ook, ja. Stress? Goh, niet meer dan anders, denk ik.” Al snel zaten we samen een vragenlijst rond depressie in te vullen – de verkeerde vragenlijst, maar mijn klachten overlapten nu eenmaal met de symptomen van dat ziektebeeld. Het was alsof ik een vogel probeerde te beschrijven waarvan ik de naam niet wist. De dokter hoorde ‘zwart’ en ‘middelgroot’ en concludeerde daaruit dat het wel een kraai moest zijn, die komen nu eenmaal vaak voor in onze contreien. Toch was het misschien wel een kauw, een raaf of een specht, of een voor hem nog onbekende vogelsoort, die niet in zijn vogelencyclopedie beschreven stond.
Meer dan een etiket
Een antidepressivum was het eerste voorstel. Dat weigerde ik, volgens mij was er niets mis met het evenwicht van bepaalde stoffen in mijn hersenen. Bovendien zou dat louter symptoombestrijding zijn, en blijft zo de eigenlijke oorzaak onbelicht en onopgelost. Dat is zoals een lek in je dak aanpakken door er een emmer onder te zetten, in plaats van het dak te herstellen. Je moet met de oorzaak aan de slag om tot een goed resultaat te komen.
De huisarts verwees mij door naar een therapeute en dat bleek een groot cadeau te zijn. Zij liet voor het eerst het woord ‘hoogsensitief’ vallen. Er was dus geen sprake van een ziekte, burn-out, depressie of wat dan ook. Ik was geen vreemde vogel, er hoorde gewoonweg een handleiding bij mij. Ik ben me gaan verdiepen in het thema en leerde mezelf beter kennen. Ik ontdekte dat ik al heel mijn leven lang gevolgen van mijn hoogsensitiviteit ervoer, zowel positieve als negatieve.
Herkenning maakt het verschil
Helaas trek je pas naar de dokter als klachten ten gevolge van het negatieve op de voorgrond treden. De voordelen blijven dan buiten beschouwing, waardoor je een ander (en verkeerd!) etiket krijgt opgekleefd. Ik was dertig toen ik pas leerde dat ik simpelweg een gevoeliger zenuwstelsel heb, terwijl ik mij al zo vaak had afgevraagd wat er toch scheelde met mij. Na deze ontdekking heb ik mijn moeder ingelicht dat zij hoogstwaarschijnlijk óók een handleiding heeft – een conclusie die haar huisarts indertijd ook nooit heeft getrokken. De omgekeerde wereld, aangezien een moeder normaal gezien haar kind inlicht. Of voorlicht. Of achterlicht. Achterlicht? Soit, zolang er maar een lichtje gaat branden bij onze eerstelijnshulpverleners. Want elk vogeltje hoort vrolijk en vrij te kunnen zingen, zoals het gebekt is.
Uit de Cocon van februari 2025