Naar een gezonde digitale leefstijl
Naar een gezonde digitale leefstijl
Sinds de opkomst van de smartphone is onze manier van communiceren, shoppen en ontspannen drastisch veranderd. Kunnen we ons een leven zonder Whats-App, Instagram, TikTok enzovoort, eigenlijk nog voorstellen? Toch groeit het besef dat we te afhankelijk worden van onze smartphone. Ons digitaal gedrag veranderen blijkt echter niet zo simpel.
Afhankelijk of verslaafd
Vele apps zijn gemaakt om aan onze behoeften aan sociaal contact en aandacht tegemoet te komen. Ze triggeren repetitief gedrag en willen je verleiden om zoveel mogelijk filmpjes te bekijken, likes te verzamelen en door te klikken. Het is het businessmodel van commerciële bedrijven zoals Facebook, Snapchat en Tiktok. Ze gebruiken (misbruiken?) het menselijk gedrag en onze natuurlijke kwetsbaarheden. Ze weten goed dat er dopamine vrijkomt wanneer iets gebeurt dat we leuk vinden. Ons gedrag wordt zo dopamine-gestuurd. De potentie tot verslaving is dus aanwezig want onze drang naar dopamine stopt nooit. Uit cijfers blijkt dat we meer en meer afhankelijk zijn van onze smartphone. De Digimeter van 2023 toont dat 40% van de ondervraagden hun afhankelijkheid van de smartphone als problematisch ziet. Bij de jongeren (18-24 jaar) vindt maar liefst 63% dat hij of zij te veel tijd op de smartphone spendeert en dat niet onder controle krijgt. Dit cijfer bij jongeren is opmerkelijk. De voorbije jaren was het eerder het oudere deel van de samenleving dat zich zorgen maakte over de jongeren. Intussen zijn zij dus ook bezorgd over hun eigen smartphonegebruik.
De grote technologiebedrijven willen niets liever dan dat we hun apps zoveel mogelijk gebruiken. Ze verdienen er grof geld aan. Onze zoekopdrachten en activiteiten op sociale media leveren namelijk massa data op. Met die data worden algoritmes gemaakt waarmee adverteerders heel persoonlijke commerciële boodschappen sturen. Deze aanbiedingen zijn specifiek op jou gericht; of je het nu wil of niet, met een gerichte prikkel zijn ze in staat ons gedrag te beïnvloeden.
Vier generaties
Dat er een verschil is in het smartphonegebruik per leeftijdscategorie, is duidelijk. In de literatuur worden vaak vier generaties onderscheiden. Digital natives (geboren na 1980) die opgroeiden met computers, internet, gsm en smartphone. Hierin kunnen we twee groepen onderscheiden: 15- (of 12) tot 25-jarigen en 25- tot 40-jarigen. Daarnaast heb je de ouderen die de online wereld ontdekten maar ook nog een offline wereld kenden. Het zijn de digital immigrants, hierin onderscheiden we 40- tot 55-jarigen en 55-plussers. Deze vier generaties gebruiken de smartphone elk op een andere manier, hun gedrag is ook anders. 55-plussers omarmen de smartphone. Ze ontdekten, vaak onder invloed van kinderen en kleinkinderen, de wondere wereld van de apps en maken er gretig gebruik van. Ze blijven in contact met familie en vrienden, voelen zich beter geïnformeerd en kunnen over van alles meepraten.
Ze hebben er ook minder problemen mee om de smartphone opzij te leggen. De traditionele gebruikers vinden we bij de 40- tot 55- jarigen. Ze zijn erg gehecht aan hun smartphone maar vinden niet dat ze er te veel tijd aan besteden. Ze ergeren zich wel aan de afhankelijkheid van familie, vrienden en collega’s aan allerlei schermen.
Leren afkicken
De meest intensieve gebruikers zijn de digital natives. Zij zullen ook het meest moeite hebben om hun sociale media-gedrag te wijzigen. Wanneer jongeren overschakelen naar de fase van volwassenheid, wordt hun gebruik problematisch want plots beschikt deze generatie over minder tijd. Tussen 25 en 40 jaar hebben jongvolwassenen een job, een huishouden, jonge kinderen, kortom heel veel verantwoordelijkheden maar nog altijd maar vierentwintig uur in een dag. Dat botst met de tijdrovende online gewoontes die ze als tieners ontwikkelden. Ze zijn afhankelijk van hun smartphone en hebben de gewoonte om op iedere melding en elk bericht onmiddellijk te reageren. Ze zeggen vaak in tijdsnood te komen door de tijd die ze spenderen op hun smartphone.
Het is de eerste generatie die zelf kinderen krijgt die ze in hun schermgebruik moeten begeleiden, terwijl ze zelf met hun smartphonegebruik worstelen. Het is een generatie die meer inspanningen zal moeten doen om van hun gewoontes af te geraken en het goede voorbeeld te geven aan hun eigen kinderen.
Effect op het kinderbrein
Wat met de jongsten? Het is pas de laatste jaren dat we kijken naar de invloed van het intensieve smartphonegebruik op onze gezondheid. Het debat hierover is sterk gepolariseerd tussen voor- en tegenstanders. Ook over de vraag of smartphones en sociale media de hersenen van kinderen kapotmaken bestaat geen consensus. In Generatie Angststoornis, de vertaling van de bestseller The Anxious Generation, beweert de Amerikaanse psycholoog Jonathan Haidt dat we een generatie verliezen door smartphones en sociale media. Niet alle wetenschappers gaan hiermee echter akkoord.
Volgens Haidt groeien kinderen sinds de opkomst van de smartphones op een andere manier op. Hun toestel trekt hen naar een virtuele wereld waarin ze zich anders gedragen dan in de echte. Daardoor missen ze normale stappen in hun ontwikkeling. Hun slaap, aandacht en sociale contacten zijn verstoord en ze vertonen tekenen van verslaving. Bovendien trekken kinderen onbeschermd de online wereld in, terwijl we ze in de echte wereld net overbeschermen. Kinderen leren hierdoor minder risico’s te nemen en beleven minder spannende ervaringen. Jongeren worden hierdoor angstiger en zien overal bedreigingen. Haidt stelt ook vast dat vanaf de jaren 2010 -de echte doorbraak van de smartphones- de mentale gezondheid van adolescenten aan het afnemen is. De sociaal psycholoog beweert dat er een verband is tussen de epidemie van mentale problemen bij jongeren en de introductie van smartphones.
Wouter Duyck, professor cognitieve psychologie aan de UGent vindt dit te kort door de bocht. Volgens hem is het niet omdat iets gelijktijdig gebeurt dat er ook een oorzakelijk verband is. Hij stelt dat er geen wetenschappelijk bewijs is voor de great rewiring, de grote herstructurering van het brein van kinderen,zoals Haidt beweert. Toch waarschuwt ook professor Duyck voor de risico’s van smartphones. Extreem gebruik zonder toezicht kan verslavend werken. Ook oogartsen waarschuwen voor een slecht zicht bij langdurig gebruik op jonge leeftijd. Kinderen die veel tijd doorbrengen op hun schermen zijn minder gemotiveerd om buiten te gaan en te bewegen. Overgewicht lonkt dan ook om de hoek. Het is niet verwonderlijk dat onderzoek uitwijst dat het beeldgeheugen van jongeren beter is dan ooit. Maar ook dat er aanwijzingen zijn dat hun cognitieve capaciteiten enigszins afnemen. Ze kunnen minder goed tekst en lijstjes onthouden. Maar professor Duyck beklemtoont ook de positieve effecten van nieuwe technologieën. De smartphone biedt snelle toegang tot kennis, vergemakkelijkt communicatie en educatieve spelletjes stimuleren net de ontwikkeling vanhet brein.
Schaarse tijd
Jong of oud? Meer en meer gebruikers beseffen dat ze te veel tijd op hun toestel besteden. Ze beseffen dat ze steeds moeilijker zonder kunnen en willen graag minder afhankelijk worden. Gemiddeld zit een Vlaming 3 uur per dag op zijn smartphone, een vierde (of ongeveer 45 minuten) van deze schermtijd gaat naar sociale media. Hoe beïnvloedt dit onze dagelijkse activiteiten? Tijdens een dag zijn we productief op werk of school, slapen we en voeren huishoudelijke taken uit. De tijd die overblijft is onze persoonlijke, beschikbare tijd. Tijdens de voorbije tien jaar gebruikten we onze smartphone meer en meer tijdens deze persoonlijke tijd.
Niet verwonderlijk natuurlijk met alle nieuwe apps die we ontdekten. Meer alarmerend is dat ook onze slaaptijd en werktijd eronder lijden. We beknibbelen op onze slaap omdat we ’s avonds nog vlug eens alles willen checken, soms een paar minuten maar dikwijls toch veel langer. We weten dat het blauwe licht van schermen ook je slaapritme in de war brengt. Je lichaam blijft actief waar het eigenlijk tot rust moet komen.
Ook op het werk of op school reageren we op meldingen. Op zich niks mis mee, was het niet dat we heel slecht kunnen switchen tussen taken.Onze concentratie en focus lijden er telkens onder. Vroeger staarden we een beetje voor ons uit bij het wachten op een trein of bus, aan de kassa of in de file. Nu tokkelen we op onze smartphone. Niks doen wordt moeilijker. We grijpen ieder vrij moment of moment van verveling naar onze smartphone. Nochtans is niks doen, lanterfanten of lummelen van groot belang om ons brein voldoende rust te geven. Ons lichaam staat dus de hele dag in ‘aan-modus’, met meer stress tot gevolg. De laatste jaren groeit het besef dat het zo niet verder kan en zoeken we naar manieren om de smartphone en sociale media vaker te bannen.
Uit de Cocon van december 2024